Core stability, buikspieroefeningen of stabiliteitsoefeningen zoals planken, crunches en de Russische twist worden veel uitgevoerd in revalidatie- en sportprestatieprogramma’s om blessures te voorkomen en de sportprestaties te verbeteren. Er zijn echter verschillende misvattingen met betrekking tot core stability training. In deze blog zal ik kort vier van deze misvattingen bespreken.

1. Core stability training heeft een grote invloed op de sportprestaties

In een recente meta-analyse werd aangetoond dat klassieke core stability oefeningen slechts een geringe invloed hebben op de sportprestaties bij gezonde jonge getrainde personen (1). De gepoolde effectgrootte van core stability oefeningen op metingen van sportprestaties, zoals de tijd om een ​​5000 meter hardloopwedstrijd af te leggen was 0,00 (geen effect). Toen het effect van de core stability oefeningen op metingen van sportprestaties werd vergeleken met de krachttraining was de effectgrootte -0,12, wat aangeeft dat krachttraining iets effectiever is dan klassieke core stability oefeningen. Klassieke core stability oefeningen zoals planken en crunches hebben daarom slechts een geringe invloed op de sportprestaties en kunnen mogelijk beter worden vervangen door andere oefeningen, met name oefeningen waarbij de nadruk ligt op intermusculaire coördinatie in plaats van maximale krachtproductie van de buikspieren.

2. Buikspieren kunnen en moeten selectief worden geactiveerd

Op het gebied van fysiotherapie wordt vaak gedacht dat specifieke oefeningen selectief sommige diepe of lokale buikspieren zoals de multifidus of de transversus abdominis kunnen activeren en er wordt aangenomen dat deze oefeningen nodig zijn om een disbalans in de spieren, selectieve atrofie of tekorten in de activering te voorkomen. In een recent artikel vonden de auteurs echter geen bewijs voor oefeningen die selectief diepere buikspieren of andere stabiliserende spieren konden activeren en ze vonden geen bewijs van selectieve atrofie of een selectieve disbalans in de activering van buikspieren bij atleten (2). Bovendien hebben verschillende onderzoeken aangetoond dat de buikspieren op synergetische wijze worden geactiveerd tijdens veel bewegingen, waarbij het specifieke activeringspatroon afhankelijk is van de exacte beweging. Daarom is selectieve buikspiertraining van de diepe en oppervlakkige spieren – indien mogelijk – niet gerechtvaardigd en contrasteert dit het synergetische functioneren van zowel diepe als oppervlakkige buikspieren tijdens veel bewegingen. Bovendien kan een dergelijke selectieve buikspier training mogelijk zelfs nadelig zijn voor de intermusculaire coördinatie.

3. Core-rotatie-oefeningen zijn functioneel

‘Functionele’ training omvat meestal enkele romp-rotatieoefeningen, zoals de zittende Russian twist. Rotatieoefeningen geven echter hoge draaikrachten op de tussenwervelschijven wanneer ze worden uitgevoerd met een vaste heup en moeten daarom misschien worden vermeden (2). Bovendien proberen de buikspieren tijdens veel hoog intensieve bewegingen de romp juist de fixeren (beweging beperken) in de rechtopstaande positie waar de buikspieren het sterkst zijn en daarom kan worden betwijfeld of de buikspieren moeten worden getraind door middel van rotatie oefening. Training moet specifiek zijn voor de beweging en daarom is het misschien beter om het vermogen van de buikspieren om de romp te fixeren te verbeteren, vooral tijdens sportsituaties met hoge intensiteit.

4. Core training op een onstabiele ondergrond is beter dan op een stabiele ondergrond

Training op een onstabiele ondergrond. Aangepast overgenomen van  http://leeboycetraining.com/wp-content/uploads/2013/09/CrossFit81-1.jpg

Er wordt verondersteld dat buikspier training op onstabiele ondergrond hogere eisen aan de coördinatie stelt en hogere spieractiviteit van de stabiliserende buikspieren vereist. Er wordt daarom vaak aangenomen dat training met een onstabiele ondergrond zeer effectief is voor het verbeteren van core stability. Tot op heden is er echter geen longitudinale studie uitgevoerd om deze aanname te bevestigen, wat betekent dat er geen bewijs is dat de superioriteit van training op een onstabiele ondergrond aantoont. Evenzo is er ook geen bewijs dat training op een onstabiele ondergrond leidt tot meer spieractiviteit van de diepe buikspieren. Bovendien is de belasting in training bij een onstabiele ondergrond ongeveer 40% lager in vergelijking met stabiele ondergrond training, waardoor het waarschijnlijk is dat de activiteit van de meeste (buik) spieren juist afneemt (2). Ten slotte komen onstabiele ondergronden niet voor in de meeste dagelijkse situaties of sportsituaties en vereisen ze een andere motorische aansturing, waardoor deze oefeningen niet specifiek zijn en misschien wel tijdverspilling zijn (zie ook mijn recente blog over evenwichtsoefeningen met onstabiele oppervlakken voor meer informatie over dit onderwerp).

Conclusie en praktische aanbevelingen

Klassieke core stability training heeft slechts een klein effect op de sportprestaties, waarschijnlijk omdat de meeste oefeningen niet specifiek zijn voor de sportsituatie en omdat ze geen hoge eisen stellen aan intermusculaire coördinatie en krachtproductie. De langzame en gecontroleerde bewegingen in training repliceren niet de snelle en onverwachte bewegingen die optreden tijdens de meeste sportsituaties. Bovendien worden de buikspieren op synergetische wijze geactiveerd tijdens veel bewegingen en dient selectieve buikspier activering – indien mogelijk – wellicht te worden vermeden. Ten slotte zijn romprotatieoefeningen en training op een onstabiele ondergrond minder ‘functioneel’ dan normaal wordt verondersteld en deze trainingsvormen moeten daarom wellicht ook worden vermeden en vervangen door oefeningen waarbij de buikspieren worden uitgedaagd door (onverwachte) verstoringen om de core te fixeren zoals weergegeven in het figuur beneden.

Een step-up met een onstabiele weerstand vraagt mogelijk een hoge activiteit van de hele ‘core’ omdat ze proberen te zorgen voor stabiliteit bij hoog intensief bewegen met verstoringen.

Referenties

1.           Prieske O, Muehlbauer T, and Granacher U. The Role of Trunk Muscle Strength for Physical Fitness and Athletic Performance in Trained Individuals: A Systematic Review and Meta-Analysis. Sports Med 46: 401-419, 2016.

2.           Wirth K, Hartmann H, Mickel C, Szilvas E, Keiner M, and Sander A. Core Stability in Athletes: A Critical Analysis of Current Guidelines. Sports Med, 2016.

Share this post
Facebook
Google
http://www.basvanhooren.com/4-misverstanden-core-stability-training/
LinkedIn
4 misverstanden over core stability training

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.